1.VOORWOORD:
Het trippel 555 gebeuren
heeft een evolutie ondergaan dewelke de veiligheid, discipline en onnodige
discussie ten goede komen.
De totale werktijd van 20
minuten is opgesplitst in 3 werktijden van 6 Minuten en 30 seconden.
2. DEFINITIE VAN DE GEBRUIKTE TERMEN:
-
WERKTIJD: tijdspanne waarin de geldige
punten kunnen behaald worden. Deze begint en eindigt telkens bij het sein van
de Wedstrijdleider.
- VLUCHT: is het gebeuren van bij het lanceren van het model tot
de landing binnen een werktijd van 6’30”.
- EEN
VLIEGRONDE (RONDE): bestaat
principieel uit het totaal van de 3 vluchten uitgevoerd in de 3 werktijden.
-
WERKTERREIN: is de oppervlakte waarop de
toestellen kunnen landen ( landingsplaats ) minimaal is het werkterrein 80m x
20m
-
VEILIGHEIDSLIJN: een
gemerkte lijn die de referentie is voor de piloot en zijn tijdwaarnemer, die
niet mag overschreden worden na dat de motor is stilgelegd op een veilige
hoogte. Evenmin mag deze overschreden worden tijdens de landing door gelijk
welk onderdeel van het toestel.
- DE ROOS:
is het middelpunt van een cirkel met
een straal van 5m dat zo kort mogelijk benaderd wordt bij iedere landing.
-
WEDSTRIJDLEIDER: is de
verantwoordelijke aangeduid door de organiserende club. Hij leidt de wedstrijd
en houd toezicht op de toepassing van het reglement.
-
TIJDWAARNEMER: is de assistent van de piloot
dewelke de glijvlucht vastlegt en de
tijd noteert op het wedstrijdformulier.
- PILOOT:
is de bestuurder van het vliegtuig.
OPMETER: zijn twee personen aangeduid door de organiserende
club dewelke de afstand zullen opmeten tussen de geplaatste schroevendraaier (
merkpijltje) en de roos. Bij meer dan 6 rozen zullen er bijkomende twee
personen aangeduid worden. De meting gebeurt nadat al de toestellen terug in de
lucht zijn en na de laatste vlucht in de laatste werktijd.
-
SPORTDIRECTEUR: de persoon die zal benaderd
worden indien de wedstrijdleider geen beslissing kan nemen bij een onvoorziene
omstandigheid.
-
TECHNISCH COORDINATOR: heeft de
rol om het verloop van de organisatie vóór de wedstrijd aan te pakken.
3.
VOORBEREIDING VAN DE WEDSTRIJD
- De organiserende club zal eerst een briefing geven
van de plaatselijke regels.
- De richting van het landen wordt meegedeeld voor iedere vliegronde .
- De inschrijvingen stoppen om 09u30. Na 09u30 wordt
geen inschrijving meer toegestaan. Uitzondering op deze regel: een “voorziene
laattijdige” aankomst, dat vooraf werd aangekondigd aan de organisatie en
bevestigd werd per fax, E-mail of SMS.
- Teneinde de organisatie te helpen wordt aan elke
piloot gevraagd om een reserve-frequentie te voorzien en deze mede te delen op
zijn inschrijvingsformulier.
- Na de inschrijving van 09u30 worden al de zenders
binnengebracht bij de regie controle van de zenderuitgave.
- De start wordt gegeven aan de eerste ploeg om 10u00.
- Elke voorziening onderaan de romp, aangebracht om de
glijdafstand te verkorten, is verboden en zal tot de uitsluiting van de
piloot voor gevolg hebben. Het landingsstel van een deelnemend vliegtuig
moet van de romp verwijdert zijn.
- Vervangen van regelaar, motor, accu, ontvanger of
model tijdens een vliegronde is niet toegestaan.
- Elke landing moet gebeuren vanuit een glijvlucht op
de buik van het toestel. Geen enkele vogelpiklanding wordt toegelaten .
- Ieder toestel moet na de landing zich in een
perfecte staat bevinden om de volgende vlucht aan te vatten. Er wordt geen
enkele herstelling toegestaan.
- De organiserende club zal alles in het werk stellen om 3 ronden te doen plaatsvinden.
Dit volgens de weersomstandigheden, het aantal piloten en de opp. van het
werkterrein.
- Bij onverwachte weersomstandigheden zoals plots
opkomende mist, laagoverkomende wolken of hevige regen kan een vliegronde herleid worden tot één
vlucht met één werktijd en zal geteld worden als een volledige vliegronde.
- Bij plotse wisseling van de weersomstandigheden
tijdens een vlucht en beslist de wedstrijdleider de vlucht te stoppen zal de
aangevatte vlucht geen punten opbrengen en zal de voorafgaande gevlogen vlucht
of vluchten verrekend worden tot een volledige vluchtronde.
- Al de landingen moeten gebeuren op het afgebakend
werkterrein ( landingsplaats). Deze kunnen een lint, vlaggetje, omheining,
gracht of aangebrachte greppel van aanliggende veld zijn.
- Om personeelsbesparende redenen en om minder volk
op het vliegplein te hebben, worden de tijdopnemers vervangen door de helper
van de piloot è
STRAF HE ?
Voor een officiële organisatie van een wedstrijd
zullen een wedstrijdleider en zijn twee assistenten voldoen. Deze dienen te
worden voorzien door de organiserende club.
De wedstrijdleider en zijn twee assistenten zullen
wel de vliegtijd van willekeurige modellen controleren. Indien de
gecontroleerde tijd met meer dan 5 seconden verschilt met de tijd van de helper
van de piloot, dan wordt de piloot gediskwalificeerd en zullen zijn
dagresultaten niet tellen.
Mocht er met de chronometer een probleem zijn, dan
dient dit voor de landing aan de
wedstrijdleider of zijn assistent te
worden gemeld! In dit geval zal de vlucht in kwestie geen punten opbrengen.
Tip voor de deelnemers: voorzie 2 chronometers!
4. DE
WEDSTRIJD
- De wedstrijd zal gevlogen worden volgens de
plaatselijk geldende regels van de organiserende club en de plaatselijke
Overheid.
- De piloot zal trachten met hetzelfde accu-pack, en binnen een
werktijd van 3 x 6’30”, 3 zweefvluchten te realiseren van telkens 5 minuten,
gekoppeld aan 3 gerichte doellandingen.
De piloot beslist zelf over de te gebruiken motortijd.
- Tijdens de glijvlucht is het niet meer toegestaan de motor te starten.
- Het verloop van een vlucht
gebeurt binnen de werktijd.
- De duurtijd van elke glijvlucht zal worden
vastgesteld door de tijdwaarnemer van de piloot. Deze vangt aan na het
stilleggen van de motor. Het resultaat zal op het wedstrijdformulier worden
genoteerd. De piloot heeft recht op slechts één tijdwaarnemer.
- Na het stilleggen van de motor op een veilige hoogte
moet de piloot en zijn tijdwaarnemer zich vóór de wedstrijdlijn bevinden.
- Tijdens de werktijd na het stilleggen van de motor
moet de landingsplaats vrij blijven totdat het laatste toestel is geland.
- Nadat al de vliegmodellen
zijn geland worden de schroevendraaiers ( positiestokjes ) geplaatst aan de
neus van het toestel. Dit kan gebeuren door de tijdwaarnemer van de piloot. Na
dat de positie van het model is vastgelegd mag het toestel verwijderd worden.
De werktijd zal afgefloten worden door de wedstrijdleider.
- De wedstrijdleider zal het startsein geven voor de volgende
vlucht indien de situatie veilig is.
- Na dat de modellen in de lucht zijn worden de metingen uitgevoerd door
de opmeter.
5. HET TOEKENNEN VAN DE PUNTEN.
- 100 punten zullen maximum worden toegekend voor de nauwkeurigheid van
de doellanding. De beste van de 3 doellandingen zal genomen worden.
- De duurtijd voor elke vlucht kan maximum 300 punten opleveren. Het
mogelijke maximum voor een vliegronde zal dus 1 000 punten bedragen.
- TIJD, elke seconde zweeftijd
onder de 5 minuten (Max:300 sec = 300 punten) zal één punt opbrengen en
voor elke seconde boven de 5 minuten zweeftijd zal er één punt worden
afgetrokken.
De crono
wordt gestart bij het afzetten van de motor en gestopt wanneer het model niet
meer in beweging is ! De helper van de piloot zal een zichtbaar teken
( wuiven met een vlag, of resultatenplank of roepen ) maken wanneer de motor
wordt afgezet.
- DOEL, elke dm verwijdering van het
landingsdoel zal eveneens twee punten verlies meebrengen ( 5m = 50dm = nul punten).
- Bij de reeds uitgevoerde reglementaire vluchten van een vliegronde
waar punten zijn toegekend zullen deze behouden blijven. De beste doellanding
wordt weerhouden, doch worden de niet reglementair gevlogen vluchten met nul
punten in rekening gebracht.
- Bij de reeds uitgevoerde reglementaire vluchten van een vliegronde
waar punten zijn toegekend zullen deze behouden blijven. Een herkansing voor de
niet gevlogen vluchten van een vliegronde
met een reserve toestel of het herstelde toestel wordt toegestaan voor
diegene waarbij het toestel door derde werd beschadigd en niet meer vliegveilig
werd bestempeld.
6. ER WORDEN GEEN PUNTEN AAN EEN
BEGONNEN VLUCHT TOEGEKEND :
- Bij een landing buiten het werkterrein .
- Wanneer
het model tijdens de vlucht een element (stabilo, cockpit, batterij enz. )
verliest;
- Bij een
landing waarbij een herstelling noodzakelijk is zoals tape, vervangen van een
rubber, eender welke bevestiging van de vleugel, schroef .
- Bij het
overschrijden van een werktijd.
- Bij het
vervangen van een onderdeel tijdens een vliegronde.
- Bij het
overschrijden van de veiligheidslijn door de piloot en zijn tijdswaarnemer
tijdens de vlucht na het stilleggen van de motor.
- Bij het
overschrijden van de veiligheidslijn door het toestel bij de landing.
- In geval van een crash, een landing in de bomen,
verlies van een model etc. zal de tijdwaarnemer de crono stoppen en de tot dan
gerealiseerde punten noteren, inclusief de gerealiseerde tijd van de laatst
gekronomeerde vlucht. De piloot wordt dringend verzocht om zijn zender in te
leveren bij de regie-controle vooraleer hij op zoek gaat naar zijn model zoniet
zal hij geen punten toebedeeld krijgen voor de desbetreffende vliegronde.
Dit laatste punt zal er voor zorgen dat de wedstrijd
niet onnodig moet worden stilgelegd...
- De
veroorzaker ( derde) van een crash met als gevolg dat het slachtoffer zijn vlucht
niet heeft kunnen waarmaken.
GESCHILLEN
DIE NIET VOORZIEN ZIJN DOOR HET REGLEMENT WORDEN DOOR DE SPORTDIRECTEUR
BESLECHT.
7.
DAGKLASSEMENT.
- De
slechtste ronde zal niet worden weerhouden indien er ten minste 3 ronden hebben
plaatsgevonden.
- De
punten van de rondewinnaar zullen tot 1 000 worden herleid. De punten van de
volgende piloten zullen volgens “de regel van drie” worden opgemaakt als volgt:
(
rondepunten van piloot “ X ” )
------------------------------------------- X
1 000 = rondepunten van piloot
(rondepunten
van de rondewinnaar)
- De dagpunten
kunnen van 1 000 tot 3 000 punten gaan, naargelang de volgende gevallen:
|
1 RONDE (slecht weer, veel piloten) |
Max. = 1 000 P |
|
2 RONDEN (slecht weer, weinig piloten) |
Max. = 2 000 P |
|
3 RONDEN – 1 RONDE ( mooi weer, veel piloten) |
Max. = 2 000 P |
|
4 RONDEN – 1 RONDE ( mooi weer, weinig piloten) |
Max. = 3 000 P |
De
dagpunten dienen enkel om de rangschikking van de dag op te Stellen. Het kan
dus gebeuren dat alle punten van iemand die 4 X 1 000 punten scoort meetellen
voor de opmaak van de rangschikking van het Belgisch kampioenschap.
8. BELGISCH
KAMPIOENSCHAP.
Om de rangschikking voor het Belgisch kampioenschap
op te maken zullen 75 % van de rondes ( met eenheidafronding naar boven) + 1
ronde worden weerhouden.
Dus, ter
herhaling, indien een piloot heel veel geluk heeft op een mooie dag en er
weinig piloten meedoen, dan kan het zijn dat de 4 rondes van die dag voor die
piloot meetellen…
Voorbeelden:
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
10.
MATERIAAL & PERSONEEL.
- Ten
minste 6 “SPOTS” die zeer zichtbaar zijn aangeduid en evenveel piketten om het
landingspunt vast te leggen.
- Een
wedstrijdleider met een megafoon en 2 cronometers van de organiserende klub.
(een
chronometer voor de 6 minuten 30 seconden startperiode te meten en één om de tijd van één van de piloten te controleren).
- Twee assistenten met twee cronometers en een
decameter van de organiserende klub. (de
assistenten zullen de landingsafstanden van alle piloten en de tijd van een
willekeurige deelnemer uit hun veiligheidszone kontroleren, de eerste crono die
loopt en de tweede is nodig voor de
volgende controle.)
- Een “Bossicart” van de computerman die de
resultaten in de TRIPLE 5 PC inbrengt en verwerkt.
- Plastic
signalisatierollen (rood/wit) voor het aanduiden van de veiligheidslijn.
è
de chrono’s voor de wedstrijdleider en zijn twee assistenten-opmeters, alsook
de megafoon en de twee decameters worden meegenomen door een van de twee
sportdirecteurs.
11. COMMENTAAR:
De “ 555” is een logische evolutie van de 3 X
10 = 35 wedstrijden die tot nu toe reeds 16 maal werden georganiseerd.
Deze reglementsaanpassing is zeker NIET perfekt maar
is wel gestoeld op de ervaring, opgedaan tijdens het afgelopen jaar.
Enkele voordelen in vergelijking tot het afgelopen
seizoen zijn:
-
Veel veiliger omdat er zich veel minder volk zal bevinden op de landingsbaan tijdens de landingsfaze.
-
Gemakkelijk toegankelijk voor iemand die beschikt
over een beginnerszwever, dat zelf zou uitgerust zijn met NiCd cellen!
-
Weinig zo populaire wedstrijden kunnen gerund worden
met zo weinig personeel. ( een wedstrijdleider, zijn twee assistent-opmeters en
de komputerman ).
-
Iemand die in een vlucht pech heeft, zal toch nog
blijven om zijn rangschikking in het Belgisch kampioenschap te verdedigen.
-
Minder stresserend voor degene die het risiko loopt
de tijdsgrens van 5min te overschrijden
vermits er slechts één strafpunt zal aangerekend worden i.p.v. 10. (
beginnervriendelijk ).
12. SCHEMA TOT HET ¨PLAATSEN VAN DE
SPOTS
Indien de wind « cross » is, dan zullen de piloten moeten laten zien
wat ze kunnen.
Alles
hangt af van de ligging van het terrein ten opzichte van de windroos.
AFBAKENING
WERKTERREIN ( LANDINGSPLAATS )
Min 10m Min
12m 5m
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
SPOT 1 SPOT 2 SPOT 3 SPOT
4 SPOT 5-…
Min
10m
De minimum afmetingen van het
werkterrein zijn 80x20m.
Een veiligheidslijn ( werklijn ) zal
aangegeven worden en kan samenvallen met de afbakening van het terrein of
buiten het werkterrein, maar steeds tussen het publiek en de landingsplaats.
Gedurende de
vlucht zullen de afstandsmetingen, tussen het landingspunt en de roos gebeuren,
en door een van de assistenten van de wedstrijdleider worden genoteerd op het
wedstrijdformulier. Deze zal ook
indien van toepassing , de genoteerde tijd kontroleren.
De
assistenten moeten er dus voor opletten om de crono niet op nul te hebben
gezet.
De assistenten moeten dus over twee crono’s beschikken: één die loopt en
één die stilstaat met de tijd van de vorige vlucht van een gecronometreerde
deelnemer.