Bijlage B5 bij het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen


Technische specificaties betreffende de toestellen voor radioverbindingen voor de afstandsbediening van kleine modellen

1. Frequentiebanden.

1.1 De volgende collectieve frequenties worden voorbehouden met een kanaalafstand van 10 kHz :
- 26,995/27,045/27,095/27,145/27,195 MHz.
- in de band 40,570 tot 40,700MHz : 40,575 MHz + n x 10 kHz voor n = 0,1, 2, ..., 11, 12
- in de band 34,9 tot 35,34 MHz : 35,00 MHz + n x 10 kHz voor n = 0,1, 2, 3, 4, ..., 32, 33

1.2 Binnen een straal van 3 km rond modelvliegpleinen worden de volgende collectieve frequenties voorbehouden voor de modelvliegtuigen :
- in de band 34,9 tot 35,34 MHz : 35,00 MHz + n x 10 kHz voor n = 0,1, 2, 3, 4, ..., 32, 33

1.3 Het BIPT kan collectieve frequenties met een kanaalafstand van 25 kHz toewijzen in de 72,000-72,500 MHz-band.

2. Het maximaal toegelaten effectief uitgestraald vermogen bedraagt 0,1 W.

3. Verder zijn de technische specificaties en testvoorwaarden opgenomen in de volgende NBN-norm van toepassing :
NBN ETS 300 220 : Technische specificaties en testvoorwaarden voor toestellen voor radioverbindingen te gebruiken tussen 25 MHz en 1000 MHz met een vermogen tot 500 mW.

4. De grenzen van de technische parameters zoals die bepaald zijn in de bovenstaande NBN-norm zijn van toepassing voor :

4.1 Grenzen voor de parameters van de zender :
- frequentiefout;
- vermogen van het nabuurkanaal;
- ongewenste uitstraling.

4.2 Grenzen voor de parameters van de ontvanger :
- ongewenste uitstraling.

5. Het toestel moet samen met de antenne goedgekeurd worden.

Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 19 oktober 1999 tot wijziging van het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
R. DAEMS

Voor de integrale tekst van het ministerieel besluit - zie Belgisch Staatsblad van 25 december 1999